Iris & Steffan besloten 13 jaar geleden hun baan in Nederland op te zeggen en te kiezen voor meer tijd en ruimte. Ze vertrokken naar Nimbin, een bekend hippiedorp in Australië ‘dat dapper weerstand biedt tegen de rest van de wereld’. In 2015 zat ik een maand bij ze in huis, en ik leerde dat je echt geen drukke, passievolle baan nodig hebt om gelukkig te zijn – zelfs als je van nature best ambitieus bent.

Steffan werkt tegenwoordig twee dagen in de week als barista, Iris drie dagen in de week als lerares. That’s it. De rest van de week zijn ze vrij. Hun huis grenst aan het regenwoud met 6 hectare land en eigen waterval, ze hebben bananen, mango’s, citroenen en avocado’s in de tuin. Hun veranda is net zo groot als mijn huis in Amsterdam.

En op die veranda, daar zat ik veel die maand in Nimbin. Ik was moe. Moe van de heftige periode op mijn werk waar ik van bij moest komen. Ik genoot van de rust, maar dacht ook vooral: hoezo kun je leven in een non-modieuze spijkerbroek, een bijeengeklust huis en een dorp waar het mentale en culturele hoogtepunt de MardiGrass (het jaarlijkse wietfeest) is?

Ik stond dan ook aardig met mijn hakken in het zand tijdens onze eerste gesprekken op die veranda. Het ging vaak over het verschil tussen Nimbin en Nederland. ‘Leven in Nimbin was toch echt wel beter’. Ik dacht vooral: jaja, ieder zijn ding, live en let live. En sloot mijn ogen nog eens.

Maar gaandeweg die 4 weken veranderde er iets in mij. Ik hobbelde mee in hun leven en zag wat het bracht. Ik ontdekte hoe fijn het eigenlijk is als NIEMAND zich druk maakt over wat je draagt of ‘wat voor werk je doet’. Dat je je haar eigenlijk gisteren al had moeten wassen. Dat je baan ‘zo lekker dynamisch’ is. Het interesseerde de mensen in Nimbin gewoon niet. ‘Hoe gaat het met jou?’ en je recht in de ogen aankijken, dat was hoe mensen kennismaakten. Noem het hippie-achtig, noem het ultiem menselijk.

Ik vond het een verademing.

Want in mijn hoofd onstond steeds meer ruimte. Ruimte waarvan ik niet eens wist dat die in beslag was genomen. Maar waardoor? Ik ontdekte dat ik in Amsterdam stiekem mijzelf toch vaak aan het waarde-oordelen ben: draag ik de juiste kleren? Sta ik op een eervolle plek op de carrièreladder? Haal ik wel alles uit het leven? Verdien ik wel genoeg? Want toegegeven, die Chanellaarzen ben ik stiekem verdomde trots op, hard voor gewerkt hoor! Maar je ego en status hooghouden kost ook erg veel energie ontdekte ik daar in Nimbin. Energie die ik eigenlijk helemaal niet had.

Iris en Steffan kozen bewust voor het omgekeerde: minder werk en meer tijd. Tijd voor zelfgemaakte mangoijsjes, tijd voor een vriend die spontaan op de stoep staat, tijd voor een onverwacht kapotte auto. Het is een keuze, maar het is duidelijk een keuze voor werken om te leven, en niet andersom.

Maar zijn zelfgemaakte mangoijsjes genoeg om gelukkig te zijn? Wat doe je dan met je ambitie? Heb je geen uitdaging nodig? Wie ben je als je geen functietitel hebt? Ik weet dat Iris het soms best lastig vindt – ze is ambiteus genoeg om af en toe die uitdaging te missen. De banen liggen er niet voor het oprapen, keuze is er niet. Maar iedere keer komt ze weer terug op haar kernwaarden: ze wil tijd met en voor haar kinderen, gezond oud worden en zelfvoorzienend zijn in de toekomst. Dat gaat niet samen met een CEO-functie in een grote stad. Succesvol avocado’s laten groeien is misschien minder eervol, omdat niemand je daad ziet, maar minstens zo ambitieus. En nog gezond ook.

Ik vond dit inspirerend en tegelijk shockerend om te ervaren. Ik bedoel, je hebt eerst je werk, en daarnaast je leven, toch? Maar het is dus blijkbaar mogelijk om BUITEN je werk je identiteit, doelen en kernwaarden te vervullen en gelukkig te zijn. Daar ging mijn houvast.

Op mijn laatste dag in Nimbin vatte een vrouw dit inzicht briljant samen. Het ging over iemand uit het dorp die een nieuwe baan had gevonden. De vrouw verzuchtte: “She is going to work 5 days a week? Oh no, no, I couldn’t do that. I have a life too you know!”

De wereld op zijn kop als je het mij vraagt. En laat dat precies zijn waar Nimbin ligt. Lucky bastards.